Je eet gevarieerd, slaapt redelijk en gebruikt een milde shampoo. Toch zie je elke ochtend meer haren in de afvoer liggen dan je lief is, en lijkt je hoofdhuid onder de lamp in de badkamer steeds beter zichtbaar. Haar en voeding hebben zeker met elkaar te maken. Maar bij blijvend haarverlies is een goed bord eten niet altijd genoeg. Wat kun je zelf doen, en wanneer is het tijd om verder te kijken?

Tijdelijk of blijvend?
Iedereen verliest elke dag haren, dat hoort bij de normale groeicyclus. Pas als er structureel meer uitvalt dan er terugkomt, wordt je haar dunner. De meest voorkomende oorzaak van blijvend haarverlies is erfelijke aanleg, ook wel androgenetische alopecia genoemd. Dat komt bij mannen en vrouwen voor. Daarnaast kunnen hormonale veranderingen, medicijnen, langdurige stress en tekorten aan voedingsstoffen een rol spelen.
Het verschil tussen tijdelijk en blijvend verlies is belangrijk. Tijdelijke uitval herstelt vaak als de oorzaak verdwijnt. Bij erfelijke uitval worden de haarzakjes langzaam kleiner, waardoor het haar steeds fijner wordt tot het nauwelijks meer zichtbaar is.
Wat je eet, zie je terug
Haar bestaat grotendeels uit keratine, een eiwit. Genoeg eiwitten binnenkrijgen helpt dus, bijvoorbeeld via eieren, zuivel, vis, peulvruchten en noten. Ook ijzer en zink spelen een rol. IJzer is nodig voor het zuurstoftransport in je lichaam en zink draagt bij aan de normale instandhouding van het haar. Een gevarieerd eetpatroon met groenten, fruit, volkoren producten en gezonde vetten vormt een stevige basis.
Houd wel realistische verwachtingen. Goede voeding helpt als je haaruitval met een tekort te maken heeft, maar draait erfelijk haarverlies niet terug. En zonder tekort voegen haarvitamines meestal weinig toe.
Zelf het verschil maken
Naast voeding verdienen slaap, beweging en ontspanning aandacht. Langdurige stress, lichamelijk of emotioneel, kan de groeicyclus verstoren en een periode van extra uitval veroorzaken. Wees ook mild voor je haar. Strakke staarten of vlechten die continu aan je haarwortels trekken en veel hitte van föhn of stijltang doen je haar geen goed. Blijft het uitvallen, ga dan langs bij je huisarts of een dermatoloog. Zo nodig kan bloedonderzoek bijvoorbeeld een ijzertekort of een schildklierprobleem aan het licht komen.
Medische behandelingen
Is de oorzaak erfelijk, dan zijn aanpassingen in je leefstijl vaak niet genoeg. Naast chirurgische opties bestaan er niet-chirurgische haarverliesbehandelingen, zoals ACP-therapie, waarbij een concentraat uit je eigen bloed in de hoofdhuid wordt ingespoten, en lasertherapie met laag vermogen (LLLT). Voor plasma-injecties en LLLT zijn er aanwijzingen voor effect, maar de resultaten zijn wisselend en verder onderzoek is nodig. Of zulke behandelingen zinvol zijn, hangt af van de oorzaak en de fase van het haarverlies, dus laat je goed adviseren. Een arts kan ook beoordelen of een behandeling met medicijnen passend is.
Bij blijvend haarverlies kan ook een haartransplantatie een optie zijn. Daarbij worden gezonde haarzakjes uit een donorgebied verplaatst naar dunnere plekken. Bij een zogenoemde DHI haartransplantatie worden haarzakjes met een speciale implantatiepen in de hoofdhuid geplaatst. DHI beschrijft de plaatsing; het uitnemen van de donorhaarzakjes kan met FUE gebeuren. De behandelaar kan zo de richting, hoek en diepte nauwkeurig bepalen. Soms kan het haar in het ontvangstgebied ongeschoren blijven; bespreek vooraf welke delen in jouw geval geschoren moeten worden.
Kom je in aanmerking?
Niet iedereen met haarverlies is geschikt voor een transplantatie. Er moet genoeg gezond donorhaar zijn en de oorzaak van het haarverlies moet duidelijk zijn. Klinieken als Visushaarkliniek.nl bieden bijvoorbeeld FUE en plaatsing met een DHI-implantatiepen aan. Welke aanpak past, hangt af van je haarsituatie en het resultaat dat je voor ogen hebt.
Reken daarnaast op een flinke dosis geduld. Nieuwe groei wordt meestal na een paar maanden zichtbaar; het volledige resultaat kan tien tot achttien maanden op zich laten wachten. Je eigen haar kan daarna bovendien nog verder dunner worden. Een transplantatie brengt ook risico’s mee, zoals infectie, bloedingen, littekens en onvoldoende aangroei.
Eerst de oorzaak
Haarverlies heeft niet bij iedereen dezelfde oorzaak, en dus ook niet dezelfde oplossing. Gezond eten, goed slapen en zorgvuldig met je haar omgaan zijn altijd een goed begin. Wordt je haar blijvend dunner, laat dan eerst uitzoeken waar het vandaan komt. Pas dan weet je of je het beste bent geholpen met een aanpassing in je leefstijl, een medische behandeling of misschien een transplantatie.
Medische achtergrond: Thuisarts over dunner wordend haar, British Association of Dermatologists over erfelijke haaruitval en NHS over haartransplantatie.






Laat een reactie achter