Elk jaar dezelfde ronde. Je neemt je voor eerder naar bed te gaan, minder te snoepen of drie keer per week te bewegen. Twee weken gaat het goed, en dan zakt het weg.
De uitleg die je meestal hoort is dat je discipline mist. Dat klopt zelden. Wat er misgaat, is dat je een gewoonte probeert weg te halen zonder te kijken wat hij doet. Bij het opleidingsinstituut UNLP is dat de eerste vraag bij gedragsverandering: welke functie heeft het gedrag dat je kwijt wil.
Elke gewoonte doet iets nuttigs
Dat klinkt gek bij gedrag waar je last van hebt, maar het klopt bijna altijd.
De reep chocola om acht uur ’s avonds is zelden honger. Vaker is het het moment waarop de dag stopt en er even iets van jou is. Het late scrollen op de bank is meestal geen behoefte aan nieuws, maar aan uitstel van de dag die voorbij is.
Haal je het gedrag weg zonder de functie te vervangen, dan komt het terug of verschuift het. Iemand die stopt met snoepen en meer gaat drinken heeft geen wilskrachtprobleem, maar een functie die nog steeds ingevuld moet worden.
De vraag is dus niet hoe je iets afleert. De vraag is wat het gedrag voor je doet, en waarmee je dat anders kunt invullen.
De omgeving doet meer dan het voornemen
Wat in onderzoek naar gedrag steeds terugkomt, is dat de situatie zwaarder weegt dan de intentie.
De chocola in het zicht wordt vaker gegeten dan de chocola in de kast. De hardloopschoenen bij de deur worden vaker aangetrokken dan die op zolder. Dat lijkt te simpel om waar te zijn, maar het is consequent het verschil tussen volhouden en afhaken.
Praktisch betekent dat: verander eerst de omgeving, dan pas het voornemen. Maak het gedrag dat je wil twee handelingen makkelijker en het gedrag dat je niet wil twee handelingen moeilijker. Dat werkt beter dan jezelf elke avond opnieuw overtuigen.
Klein beginnen is geen cliché
Wie besluit om vanaf maandag drie keer per week een uur te sporten, begint met een verandering die vier uur per week aan tijd en energie vraagt.
Wie besluit om elke dag tien minuten te wandelen, begint met iets wat past. En het effect zit niet in die tien minuten, maar in het feit dat het lukt. Een gewoonte die je volhoudt bouwt vertrouwen op, en dat vertrouwen draagt de volgende stap.
De grootste fout bij gedragsverandering is niet te weinig ambitie maar te veel tegelijk. Eén gewoonte per keer, en pas de volgende als de eerste vanzelf gaat.

Wat als het steeds op hetzelfde punt misgaat
Soms ligt het niet aan de aanpak. Als je merkt dat je bij een bepaald onderwerp altijd vastloopt, of dat je iets wil veranderen maar er iets in je tegenwerkt zonder dat je weet wat, dan zit er meestal een overtuiging onder.
Dat klinkt zweverig, maar het is concreet. Iemand die zich niet kan ontspannen zonder schuldgevoel, gaat rust niet volhouden hoe goed het plan ook is. Iemand die vindt dat hij pas mag rusten als alles af is, komt er nooit aan toe, want alles is nooit af.
Met dat soort patronen werken vraagt iets anders dan een beter schema. Sommige mensen doen dat met een coach, anderen leren de methode zelf. In UNLP master practitioner ligt de nadruk bijvoorbeeld op de laag onder het gedrag: de overtuigingen die bepalen wat je jezelf toestaat.
Waar je vandaag mee kunt beginnen
Neem één gewoonte die je wil veranderen. Schrijf een week lang op wanneer hij optreedt en wat er vlak voor gebeurt. Niet wat je erover vindt, alleen wat er gebeurde.
Na die week zie je waarschijnlijk een patroon: een tijdstip, een stemming, een plek. Dat patroon is je aangrijpingspunt, en het is een stuk bruikbaarder dan het voornemen waar je mee begon.
Wilskracht is prima voor één moment. Voor de tweede maand heb je iets anders nodig.
Jenny
Laatste berichten van Jenny (toon alles)
- Peulvruchten gezond? Dit zijn de soorten, voedingswaarden en gezondste keuzes - 17 augustus 2026
- Spijsvertering verbeteren: 17 praktische tips voor een rustige buik - 7 augustus 2026
- Is warm water drinken gezonder dan koud water? - 5 augustus 2026






Laat een reactie achter